REC · CH 03 · SP19·10·2027
CHAPTER 01

Het verhaal.

Eenmaal het stof van de turbulente Leuvense studentenrevolte van ’68 is gaan liggen, worden de idealen van inspraak, medezeggenschap en de focus op vrije, creatieve expressie in de jaren ’70 gemeengoed. In Leuvense studentenkringen ontstaat in die periode de wil om het wat brave, voorspelbare culturele aanbod voor studenten zélf mee vorm te geven. Het “studentencentrum” Stuc ziet in 1977 het levenslicht en profileert zich al snel met een tegendraads aanbod dat, geheel in lijn met de tijdgeest, andere en nieuwe wegen verkent. Geen klassiek theater in zacht rood pluche voor een “bourgeoispubliek”, maar baanbrekend avant-gardewerk van jonge makers. Ook met film, videokunst en muziekprogramma profileert Stuc zich als een unieke plek.

De gammele infrastructuur, de atypische werkplekken, de harde houten banken, de soms wat chaotische organisatie en het permanente tekort aan mensen en middelen konden in die eerste jaren de opgang van Stuc niet tegenhouden. Met een sterke visie en een ongeziene vastberadenheid baande een groep pioniers zich een weg door de vastgeroeste structuren. Als begin jaren ’80 ook nog eens het legendarische dansfestival Klapstuk nationaal en internationaal groot succes kent, wordt Stuc een speler van belang in de kunstenwereld. Een speler die niet alleen een nieuwe generatie makers lanceert, maar ook mee aan de wieg staat van fundamentele veranderingen in het kunstenlandschap en tot op vandaag conventies uitdaagt en ruimte creëert voor vernieuwing.